De R.I.D. voert digitaal forensisch onderzoek uit naar computerfraude, datadiefstal, IP-diefstal en ongeautoriseerde toegang tot systemen. Wij stellen digitale sporen forensisch veilig en zetten ze om in rechtsgeldig bewijs voor civiele en strafrechtelijke procedures.
Computerfraude is elke vorm van fraude of misbruik waarbij computers, netwerken of digitale gegevens een rol spelen. Het loopt uiteen van het weglekken van bedrijfsgevoelige informatie naar een concurrent en het ongeoorloofd kopiëren van klantbestanden, tot het manipuleren van administratie, het misbruiken van inloggegevens en het inzetten van bedrijfssystemen voor activiteiten die het daglicht niet verdragen. Digitale fraude overtreft fysieke fraude wereldwijd al jaren in omvang en schade, en toch wordt het risico binnen veel organisaties stelselmatig onderschat.
De normalisering van thuiswerken en de verschuiving naar de cloud hebben het aanvalsoppervlak voor interne en externe fraudeurs structureel vergroot. Gevoelige data staat op meer plekken, wordt door meer mensen benaderd en verlaat het bedrijfsnetwerk vaker dan ooit. Juist daarom is het belangrijk om bij een vermoeden van computerfraude snel en methodisch te handelen: digitale sporen zijn vluchtig en kunnen door overschrijving of verwijdering onherstelbaar verloren gaan.
De R.I.D. voert digitaal forensisch onderzoek uit conform de vereisten voor juridische bewijsvoering. Wij vergaren, beveiligen en analyseren digitale sporen op een wijze die de integriteit van het bewijs waarborgt, herleidbaar tot de bron.
Digitaal bewijs is alleen waardevol als de herkomst en integriteit ervan aantoonbaar zijn. De R.I.D. werkt daarom met een sluitende keten van bewijs: elk spoor wordt forensisch veiliggesteld, gedocumenteerd en zo geanalyseerd dat de bewijswaarde voor de rechter overeind blijft. U ontvangt een helder rapport waarin elke bevinding herleidbaar is naar het onderliggende digitale spoor.
Een preventief computerfraude-onderzoek brengt kwetsbaarheden in kaart voordat fraude heeft plaatsgevonden. Voor organisaties die werken met gevoelige data, klantinformatie of bedrijfskritische systemen is een periodieke risicoanalyse een verantwoorde investering. Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek over de preventiemogelijkheden voor uw organisatie.
Hoe eerder een forensisch onderzoek start, hoe groter de kans op bruikbaar bewijs. Neem vandaag contact op.
Vermoedt u diefstal, verduistering of fraude door een eigen medewerker? De R.I.D. voert intern fraudeonderzoek uit dat juridisch standhoudt: discreet, methodisch en binnen de kaders van het arbeidsrecht, de WPBR en de AVG. Zodat u handelt op basis van bewijs, niet op basis van een vermoeden.
Werkplekfraude is elke vorm van bevoordeling ten koste van de werkgever door iemand die vanuit zijn functie het vertrouwen en de toegang heeft om dat te doen. Het gaat veel verder dan het wegnemen van goederen uit het magazijn. Het speelt zich af in de administratie, in de inkoop, in de systemen en in de relatie met leveranciers en klanten.
Juist omdat de dader binnen staat, wordt fraude zelden ontdekt door een controle. Zij komt aan het licht door een signaal: een tip, een cijfer dat niet klopt, een klant die iets opmerkt, of het simpele gevoel van een leidinggevende dat er iets niet in de haak is. Dat signaal is echter geen bewijs, en daar begint precies het probleem.
De eerste reactie is bijna altijd dezelfde: de betrokkene aanspreken en om opheldering vragen. Begrijpelijk, en meestal een dure vergissing. Zodra de medewerker weet dat er argwaan is, verdwijnen bestanden, worden e-mails gewist, wordt de administratie bijgewerkt en worden verhalen op elkaar afgestemd. Het bewijs dat er nog was, is er niet meer.
Daar komt bij dat de bewijslast bij een ontslag op staande voet zwaar bij de werkgever ligt. Een beschuldiging die niet met rechtmatig verkregen bewijs kan worden onderbouwd, wordt door de kantonrechter teruggedraaid. Dan volgt niet alleen herstel van de arbeidsovereenkomst of een billijke vergoeding, maar ook reputatieschade en een onwerkbare situatie op de afdeling. Wie te snel handelt, verliest tweemaal.
Fraude laat sporen na in gedrag en in cijfers. Los van elkaar zeggen deze signalen weinig. Samen vormen zij een patroon dat onderzoek rechtvaardigt.
Elk onderzoek begint bij de vraag wat u wilt bereiken, en welk bewijs daarvoor nodig is. Pas daarna bepalen wij welke middelen proportioneel en subsidiair zijn. Een onderzoek dat verder gaat dan nodig is, levert bewijs op dat later sneuvelt.
Wanneer het bewijs op tafel ligt, volgt het gesprek met de betrokken medewerker. Dat gesprek is geen formaliteit. Het is het moment waarop een zaak wordt gemaakt of verspeeld. Een onhandig verhoor levert een ontkenning op die de rest van het traject vergiftigt. Een goed voorbereid gesprek levert een verklaring op die overeind blijft.
De R.I.D. beschikt over gecertificeerde verhoor- en interviewspecialisten (Master Interrogator, Certified Interrogation Expert) en zet waar passend Layered Voice Analysis in. Het gesprek wordt zorgvuldig voorbereid op basis van het dossier: welke tegenstrijdigheid wordt voorgelegd, in welke volgorde, en op welk moment.
Een fraudeonderzoek is pas geslaagd als het bewijs de toets doorstaat. Dat betekent: rechtmatig verkregen, herleidbaar naar de bron, en niet verder gegaan dan noodzakelijk. Wij werken conform de WPBR, de AVG en de privacygedragscode voor de sector particuliere onderzoeksbureaus, en documenteren elke onderzoekshandeling. Digitale sporen worden forensisch veiliggesteld, zodat achteraf aantoonbaar is dat er niets is gewijzigd.
Het rapport is daardoor direct bruikbaar bij ontslag op staande voet, bij een ontbindingsverzoek, bij een vaststellingsovereenkomst, bij aangifte en bij het verhalen van de geleden schade.
Vaak wel, maar alleen als de omvang van de fraude aantoonbaar is en er verhaalsmogelijkheden zijn. Wij brengen in kaart wat er is weggenomen en over welke periode, en onderzoeken waar de middelen zijn gebleven. Die informatie is de basis voor een civiele vordering, voor beslag of voor een regeling. Zonder onderbouwing van het bedrag is verhaal in de praktijk kansloos.
Interne fraude gedijt waar controle ontbreekt: geen functiescheiding, geen vierogenprincipe bij betalingen, ongelimiteerde autorisaties, geen periodieke controle op leveranciers. Een risicoanalyse legt die kwetsbaarheden bloot en levert concrete maatregelen op. Voor organisaties die met contant geld, voorraad, inkoop of gevoelige gegevens werken, verdient dat zich vrijwel altijd terug. De R.I.D. Academie verzorgt daarnaast trainingen fraudeherkenning en integriteitsgesprekken voor leidinggevenden.
Elke dag dat u wacht, verdwijnt er bewijs. Neem vandaag vertrouwelijk contact op, voordat u iemand aanspreekt.
De R.I.D. onderzoekt claims waarover twijfel bestaat. Voor verzekeraars die fraude willen aantonen, en voor verzekerden die ten onrechte als fraudeur zijn aangemerkt en van een registratie af willen. Wij stellen de feiten vast op basis van rechtmatig verkregen bewijs, niet op basis van aannames.
Van verzekeringsfraude is sprake wanneer iemand bewust onjuiste of onvolledige informatie verstrekt om een uitkering te krijgen waarop geen recht bestaat, of om een hogere uitkering te krijgen dan waarop recht bestaat. Het loopt uiteen van het optrekken van een schadebedrag na een echte gebeurtenis, tot een volledig in scene gezette schade.
De grens tussen fraude en een slordige of te optimistische opgave is in de praktijk minder scherp dan het lijkt. Juist daarom is feitenonderzoek zo belangrijk. Een verzekeraar die te snel concludeert, loopt een aansprakelijkheidsrisico. Een verzekerde die ten onrechte wordt beschuldigd, verliest niet alleen zijn uitkering maar ook zijn verzekerbaarheid.
De R.I.D. werkt zowel voor verzekeraars, gevolmachtigden en expertisebureaus, als voor verzekerden, tussenpersonen en advocaten. Dat is geen dubbele agenda maar een principe: wij stellen feiten vast, en dat werk is hetzelfde ongeacht wie de opdrachtgever is. Een onderzoeker die alleen voor een van beide kanten werkt, raakt na verloop van tijd zijn onbevangenheid kwijt. Wij zien beide kanten van het dossier, en dat maakt het oordeel scherper.
Een afwijzing die niet standhoudt, kost meer dan de claim zelf. Zeker wanneer daar een registratie in het Incidentenregister of het Extern Verwijzingsregister aan is gekoppeld, is de impact op de verzekerde ingrijpend en de toets van de rechter streng. Wij leveren de onderbouwing die die toets doorstaat.
Dit is de kant die door vrijwel geen enkel onderzoeksbureau wordt bediend, en waar het onrecht het hardst aankomt. Een claim wordt afgewezen, de polis wordt beeindigd, de kosten van het onderzoek worden verhaald, en de gegevens gaan naar het Centraal Informatie Systeem. Het gevolg is dat u jarenlang vrijwel nergens meer een verzekering krijgt, en dat de beschuldiging zichzelf bevestigt bij elke volgende aanvraag.
Wij zien in de praktijk dossiers waarin een enkele waarneming te snel is uitgelegd, waarin een verklaring uit de context is gehaald, of waarin conclusies zijn getrokken die de onderliggende stukken niet dragen. Een onafhankelijk contra-onderzoek toetst het dossier op precies die punten: waar houdt het feit op en begint de aanname, en is het onderzoek zelf wel rechtmatig verricht.
Dit is het gevoeligste terrein, en het terrein waarop de meeste fouten worden gemaakt. Beperkingen laten zich niet altijd zien, en pijn is niet te fotograferen. Een enkele waarneming van iemand die een boodschappentas draagt, bewijst niets. Wat telt, is een consistent beeld over langere tijd, afgezet tegen de gestelde beperkingen. Wij observeren daarom gericht en terughoudend, en rapporteren wat is waargenomen zonder daaraan een medisch oordeel te verbinden. Dat oordeel is aan de medisch adviseur, niet aan ons.
Elk middel wordt afgewogen tegen de inbreuk die het maakt. Observatie is een ingrijpend middel en wordt alleen ingezet wanneer lichtere middelen niet volstaan, en niet langer dan nodig is. Die afweging leggen wij vooraf vast. Zo voorkomen wij het scenario waarin het bewijs klopt maar de wijze van verkrijgen het onderuithaalt.
Wij werken conform de WPBR, de AVG, de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek en de privacygedragscode voor de sector particuliere onderzoeksbureaus. Elke bevinding in ons rapport is herleidbaar naar de waarneming of het document waarop zij berust, en bevinding en interpretatie blijven strikt gescheiden.
Een rapport dat bruikbaar is bij de beoordeling van een claim, in een klachtprocedure, bij het Kifid, in arbitrage of bij de civiele rechter. Bij grote schadeposten is het bovendien mogelijk om de kosten van het onderzoek af te stemmen op het belang van de zaak. Bespreek dat gerust tijdens de intake.
In beide gevallen begint het bij hetzelfde: vaststellen wat er werkelijk is gebeurd.
Vermoedt u dat een medewerker tijdens ziekte elders werkt, passende arbeid weigert of zijn re-integratieverplichtingen ontloopt? De R.I.D. stelt de feiten vast binnen de kaders van het arbeidsrecht, de AVG en de Wet verbetering poortwachter. Zonder de medische kant te raken, want daar gaat een werkgever niet over.
Er bestaat een hardnekkig misverstand: dat een werkgever mag onderzoeken of iemand echt ziek is. Dat mag niet, en dat is precies waar de meeste zaken op stuklopen. Of iemand arbeidsongeschikt is, beoordeelt uitsluitend de bedrijfsarts. De werkgever mag niet naar de aard van de klachten vragen, mag geen medische informatie verzamelen en mag daar dus ook geen onderzoek naar laten doen.
Wat een werkgever wel mag onderzoeken, is gedrag. Werkt de medewerker tijdens zijn ziekmelding voor een ander of voor zichzelf. Belemmert hij zijn eigen herstel. Weigert hij passende arbeid zonder deugdelijke grond. Is hij onbereikbaar of verblijft hij zonder toestemming in het buitenland. Dat zijn feitelijke gedragingen, geen medische gegevens, en dat is het terrein waarop onderzoek is toegestaan.
Voordat een onderzoek aan de orde is, ligt er een route die de wet u aanreikt. Wie die overslaat, staat later met lege handen bij de rechter. Wij lopen die route bij de intake met u door, en zeggen het gewoon als onderzoek in uw geval niet nodig of niet passend is.
Pas wanneer die route onvoldoende oplevert en er een concreet, onderbouwd vermoeden van gedrag ligt dat niet met de ziekmelding valt te rijmen, komt onderzoek in beeld.
Observatie van een zieke medewerker is een ingrijpend middel en raakt de persoonlijke levenssfeer. Het is toegestaan, maar alleen onder strikte voorwaarden, en die voorwaarden zijn precies waarop de rechter toetst.
Wij toetsen die punten voordat wij beginnen, en leggen de afweging vast in het onderzoeksplan. Zo voorkomen wij het scenario waarin u wel weet wat er speelt, maar er niets mee kunt omdat het bewijs onrechtmatig is verkregen.
Bent u eigenrisicodrager voor de Ziektewet of de WGA, dan draagt u de lasten van verzuim van ex-werknemers vaak nog jaren. Juist daar loont onderzoek, omdat een enkele zaak over de looptijd om aanzienlijke bedragen gaat. Hetzelfde geldt voor verzuimverzekeraars en arbeidsongeschiktheidsverzekeraars. Wij werken voor beide, met dezelfde terughoudendheid: feiten vaststellen, geen medisch oordeel vellen.
Ook die kant bedienen wij. Een werknemer die op grond van een enkele waarneming of een tip in de hoek van de fraudeur wordt gezet, verliest zijn loon, zijn baan en soms zijn reputatie. Wij toetsen dan of het onderzoek rechtmatig is verricht, of de bevindingen de conclusie werkelijk dragen, en of er feiten zijn die in zijn voordeel spreken en niet zijn meegewogen. Dat is hetzelfde werk, met dezelfde methode, alleen vanaf de andere kant van de tafel.
Een rapport dat elke bevinding herleidt naar de waarneming waarop zij berust, met een strikte scheiding tussen feit en interpretatie, en zonder een woord over de medische situatie. Direct bruikbaar als onderbouwing van een loonstop, van een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter, van een ontslag op staande voet, of van een vaststellingsovereenkomst. En, niet onbelangrijk: bruikbaar om vast te stellen dat er niets aan de hand is, zodat u de verhouding met uw medewerker kunt herstellen.
Een verkeerd uitgevoerd onderzoek kost u meer dan het verzuim zelf. Bel voor een vertrouwelijk gesprek.
Een onderzoek is afgerond en de conclusie ligt er. Maar draagt het bewijs die conclusie werkelijk, is het onderzoek rechtmatig verricht, en zijn de feiten die in uw voordeel spreken wel meegewogen? De R.I.D. toetst het dossier onafhankelijk, methodisch en zonder belang bij de uitkomst.
Een contra-onderzoek is een onafhankelijk heronderzoek van een zaak die al is onderzocht door een ander: de politie, een verzekeraar, een gemeente, een werkgever of een ander onderzoeksbureau. Het doel is niet om per se een andere uitkomst te produceren. Het doel is om vast te stellen of de uitkomst die er ligt, houdbaar is.
Dat is een wezenlijk verschil, en het is ook de reden dat een contra-onderzoek waarde heeft. Een rapport dat alleen maar bevestigt wat de opdrachtgever wil horen, overtuigt niemand, en zeker geen rechter.
De meeste onderzoeken lopen niet mis door onwil of onkunde, maar door een mechanisme dat iedereen treft. Zodra een onderzoeker een scenario voor ogen heeft, gaat hij informatie die daarbij past zwaarder wegen dan informatie die er niet in past. Dat gebeurt onbewust en het gebeurt overal, ook bij ervaren professionals.
Het gevolg is een dossier dat van binnenuit klopt en van buitenaf rammelt. De aanwijzingen die het scenario steunen zijn uitgezocht, de aanwijzingen die ertegen pleiten zijn niet nagelopen. Het alternatieve scenario is nooit serieus onderzocht, want er was al een verdachte. Dat is precies wat een contra-onderzoek zichtbaar maakt.
Wij werken in twee sporen, en dat onderscheidt een echt contra-onderzoek van een tweede lezing.
De twee sporen komen aan het eind samen. Wijzen ze dezelfde kant op, dan is dat een sterk signaal dat het oorspronkelijke onderzoek deugt. Lopen ze uiteen, dan weet u precies waar en waarom.
Bij omvangrijke dossiers zetten wij Corpus in, ons eigen platform voor dossier- en bewijsanalyse. Corpus ontleedt het dossier tot entiteiten, een tijdlijn, verklaringen en bewijs per onderdeel, en maakt tegenstrijdigheden zichtbaar die bij handmatig lezen door de omvang worden gemist. Elke bevinding blijft aanklikbaar tot op de bronregel in het brondocument. Bij een strafdossier van duizenden pagina's is dat het verschil tussen wel en niet vinden.
Voor advocaten die een dossier tegen het licht willen houden voordat zij hun standpunt bepalen. Voor particulieren die met een beschuldiging worden geconfronteerd en er zelf niet doorheen komen. Voor bedrijven die twijfelen aan de kwaliteit van een onderzoek waarvoor zij hebben betaald. En voor opdrachtgevers, ook overheden en verzekeraars, die juist willen weten of hun eigen dossier de toets doorstaat voordat een ander die toets uitvoert.
U ontvangt een rapport waarin per onderdeel staat wat het bewijs draagt, waar het tekortschiet en waar het onderzoek rechtmatigheidsgebreken vertoont, met een concrete lijst onderzoekswensen: wat is er nog te doen, en wat kan dat opleveren. Dat rapport is bruikbaar in bezwaar, in beroep, bij de kantonrechter, bij de strafrechter en in onderhandeling.
Wat wij niet beloven, is een gewenste uitkomst. Een contra-onderzoek kan ook uitwijzen dat het eerste onderzoek gewoon goed was. Dat zeggen wij dan ook, en die eerlijkheid is precies wat ons rapport zijn waarde geeft op het moment dat het er wel toe doet.
Wij zeggen u of het bewijs de conclusie draagt. Ook als het antwoord u niet uitkomt.
Observatie is het zwaarste middel dat een particulier onderzoeksbureau heeft, en daarmee ook het meest kwetsbare. Wie het te snel of te ruim inzet, houdt bewijs over dat de rechter terzijde schuift. De R.I.D. observeert gericht, terughoudend en met een vooraf vastgelegde afweging, conform de WPBR en de AVG.
Vrijwel elk bewijsmiddel is afgeleid. Een verklaring is iemands weergave van wat hij meent te hebben gezien. Een document is een vastlegging achteraf. Een bankafschrift laat een betaling zien, maar niet waarvoor. Observatie is het enige middel dat een feit vaststelt op het moment dat het zich voordoet, door iemand die er getuige van is, met een tijd, een plaats en een beeld erbij.
Dat is waarom observatie zaken beslecht die op papier eindeloos in cirkels blijven draaien. Iemand die zegt niet te kunnen tillen en op twee opeenvolgende dagen een zware last draagt. Iemand die zegt alleen te wonen en elke avond bij dezelfde partner slaapt. Iemand die zegt ziek te zijn en elke ochtend om zeven uur in het busje van een ander bedrijf stapt. Geen verklaring die daar tegenop kan.
Observatie raakt de persoonlijke levenssfeer. Daarom is het niet vrij inzetbaar, ook niet als de opdrachtgever bereid is ervoor te betalen. Er gelden twee eisen die bij elke zaak opnieuw worden gewogen.
Wij toetsen die afweging voordat wij beginnen en leggen haar vast in het onderzoeksplan. Dat is geen formaliteit. Het is precies het punt waarop een rechter later toetst, en het is de reden dat observatiebewijs van andere bureaus met enige regelmaat sneuvelt.
Bij dynamische observatie wordt een persoon of voertuig gevolgd. Het doel is vaststellen waar iemand naartoe gaat, wat hij daar doet, met wie hij daar is en hoe lang. Dat klinkt eenvoudig en is het niet: het volgen van iemand door verkeer, door een stad en over langere afstand zonder opgemerkt te worden, is vakwerk.
Wij werken daarom altijd met meerdere rechercheurs en meerdere voertuigen, die elkaar afwisselen. Een enkele volgauto valt op, twee auto's die elkaar afwisselen niet. De kans op ontdekking daalt daarmee sterk, en dat is niet alleen prettig voor de opdrachtgever: een opgemerkte observatie is een verbrande zaak, want vanaf dat moment past de betrokkene zijn gedrag aan en is er niets meer vast te stellen.
Typisch inzetbaar bij: werken tijdens ziekte, nevenwerkzaamheden, een vermoeden van een tweede woonadres, contacten met concurrenten of leveranciers, en het vaststellen van een feitelijke verblijfplaats.
Bij statische observatie wordt een locatie in de gaten gehouden: een woning, een bedrijfspand, een bouwplaats, een parkeerterrein. De vraag is dan niet waar iemand naartoe gaat, maar wie er komt en gaat, wanneer, hoe vaak en met welk voertuig.
Dit is het middel bij uitstek bij vermoedens van een gezamenlijke huishouding, bij het vaststellen van hoofdverblijf, bij diefstal uit een pand of van een terrein, en bij het in kaart brengen van een patroon over de tijd. Waar een dynamische observatie een dag laat zien, laat een statische observatie een gewoonte zien. En bij de meeste zaken is niet de losse gebeurtenis beslissend, maar het patroon.
In de praktijk kiezen wij zelden voor een van beide. Een goed observatieplan combineert de twee en vult ze aan met open bronnenonderzoek en dossieranalyse, zodat de observatietijd gericht wordt ingezet en niet wordt verspild aan uren waarin er niets valt vast te stellen.
Dit is geen bescheidenheid maar rekenwerk. Elk van deze handelingen maakt het volledige onderzoeksresultaat onbruikbaar, en kan de opdrachtgever bovendien aansprakelijk maken. Wie u een observatie aanbiedt zonder deze grenzen te noemen, verkoopt u een risico.
Het rapport is direct bruikbaar bij de kantonrechter, in een civiele procedure, bij een verzekeraar, bij een bestuursorgaan of bij aangifte. En het is even bruikbaar wanneer de uitkomst is dat er niets aan de hand is, want ook dat is een antwoord.
Gerichte observatie, vooraf getoetst op proportionaliteit. Landelijk inzetbaar, snel te starten.
Een vermist familielid, een getuige die u nodig heeft voor de zitting, een erfgenaam, een debiteur die van de radar is verdwenen. De R.I.D. spoort personen op met open bronnenonderzoek, dossieranalyse, buurtonderzoek en een landelijk netwerk. Discreet, en altijd binnen de kaders van de WPBR en de AVG.
Wie zich onvindbaar wil maken, moet consequent zijn, en dat is vrijwel niemand. Er is bijna altijd iets: een oude registratie, een familielid dat contact houdt, een voertuig dat op naam staat, een onderneming die is ingeschreven, een sociaal profiel dat is blijven staan, een buurman die weet waar iemand naartoe is. Opsporing is het bij elkaar brengen van die losse fragmenten tot een adres of een verblijfplaats.
Dat is precies waarom het vaak lukt waar mensen het zelf hebben opgegeven. Niet omdat wij toegang hebben tot een geheim systeem, want dat hebben wij niet, maar omdat wij systematisch zoeken waar particulieren op goed geluk zoeken.
Wij werken van goedkoop naar duur en van licht naar zwaar. Eerst wat met bureauonderzoek te vinden is, en pas daarna middelen die tijd en geld kosten. Vaak is het antwoord er al eerder dan verwacht.
Waarom wilt u deze persoon vinden? Die vraag stellen wij niet uit nieuwsgierigheid maar omdat het antwoord bepaalt of wij de opdracht aannemen. Een adres is een sleutel, en wij geven die sleutel niet aan iemand die er kwaad mee wil.
Bij zoektochten naar familie en afkomst geldt iets bijzonders: de gevonden persoon heeft ook een stem. Iemand die jaren geleden het contact heeft verbroken, wil niet altijd gevonden worden, en een onverwachte confrontatie kan blijvende schade aanrichten aan een verhouding die misschien nog te herstellen was.
Wij bieden daarom een tussenweg: wij benaderen de gevonden persoon zelf, vertrouwelijk en zonder uw gegevens te delen, en vragen of hij of zij openstaat voor contact. Is het antwoord nee, dan rapporteren wij dat en niet het adres. Dat is voor de opdrachtgever soms een teleurstelling, maar het is de enige route die zowel netjes is als juridisch verstandig.
Wij vinden veel, maar niet alles. Iemand die bewust en consequent onder de radar leeft, geen inschrijving heeft, geen digitale sporen achterlaat en geen contact meer heeft met zijn omgeving, is soms niet te traceren. Dat zeggen wij dan ook, en wij zeggen het liever aan het begin dan nadat u een rekening heeft betaald.
Daarom werken wij bij opsporing met een afgebakende eerste fase. Levert die geen bruikbaar spoor op, dan bespreken wij of doorgaan zinvol is. U besluit dat, met de feiten op tafel.
Is er sprake van acute zorg om iemands veiligheid, van een minderjarige die wordt vermist, of van een vermoeden van een misdrijf, dan is de politie de aangewezen partij en niet een particulier bureau. Zij hebben bevoegdheden die wij niet hebben, en tijd is dan het enige dat telt. Wij zeggen dat gewoon, ook al kost het ons een opdracht. In andere gevallen, bijvoorbeeld wanneer de politie een zaak heeft gesloten of geen aanleiding ziet om te handelen, kan de R.I.D. het onderzoek wel oppakken.
Discreet, methodisch en met respect voor de gevonden persoon. Vertel ons wat u weet.
Een cv is een sollicitatiedocument, geen feitenrelaas. De R.I.D. verifieert wat erin staat, brengt aan het licht wat er niet in staat, en doet dat transparant, met toestemming van de kandidaat en binnen de kaders van de AVG en de WPBR.
Een misplaatste aanname kost al snel het equivalent van een half jaarsalaris: werving, inwerktijd, productieverlies, de gemiste kans op de kandidaat die u niet nam, en uiteindelijk een ontbindingsprocedure of een vaststellingsovereenkomst. En dat is nog het gunstige scenario. Gaat het om een functie met toegang tot geld, tot gevoelige data, tot kwetsbare mensen of tot de sleutel van het pand, dan is de schade niet in salaris uit te drukken.
Het pijnlijke is dat de signalen er vaak al waren. Een gat in het cv dat niemand navroeg. Een referentie die niet is gebeld. Een functietitel die net iets zwaarder was opgeschreven dan de werkelijkheid. Een diploma dat nooit is opgevraagd. Screening is geen wantrouwen. Het is het navragen van wat u toch al veronderstelt.
Veel werkgevers denken met een VOG klaar te zijn. Die gedachte is begrijpelijk en risicovol. Een VOG toetst uitsluitend of er justitiele antecedenten zijn die relevant zijn voor het doel waarvoor hij is aangevraagd. Hij zegt niets over de juistheid van het cv, niets over een eerder ontslag wegens fraude dat nooit tot een veroordeling heeft geleid, niets over een faillissement, niets over een bestuursverbod, en niets over een conflict dat met een vaststellingsovereenkomst is afgekocht.
De diepgang stemmen wij af op de functie. Voor een magazijnmedewerker is een andere screening passend dan voor een financieel directeur of iemand met toegang tot klantgegevens. Onderzoeken wat niet relevant is voor de functie, mag niet en heeft ook geen zin.
Dit is het punt waarop veel screeningen juridisch de mist in gaan. Een kandidaat screenen zonder dat hij het weet, is in vrijwel alle gevallen niet toegestaan. Wij werken daarom altijd zo: de kandidaat wordt vooraf geinformeerd, geeft toestemming, weet welke onderdelen worden onderzocht, en krijgt de gelegenheid te reageren op de bevindingen voordat het rapport definitief is.
Dat is niet alleen wat de AVG vereist, het is ook praktisch. Een bevinding waarop de kandidaat heeft kunnen reageren, is een sterke bevinding. Blijkt een gat in het cv verklaarbaar door mantelzorg of ziekte, dan weet u dat, en had u zonder die reactie mogelijk een goede kandidaat afgewezen op een verkeerde aanname.
Een rapport dat per onderdeel aangeeft wat is geverifieerd, wat niet kon worden geverifieerd en wat als aandachtspunt is aangemerkt, met de reactie van de kandidaat erbij en met een strikte scheiding tussen bevinding en interpretatie. Wij geven geen oordeel over de geschiktheid, want dat is uw beslissing en niet de onze. Wij zorgen dat u die beslissing neemt met de feiten op tafel.
Wie u dat wel aanbiedt, levert u een dossier waarmee u zelf in overtreding bent. De boete en het arbeidsrechtelijke risico komen dan bij u terecht, niet bij het bureau.
Bij vertrouwensfuncties is een screening bij indiensttreding geen eeuwigdurende garantie. Omstandigheden veranderen: schulden ontstaan, een nevenonderneming wordt opgericht, een bestuursfunctie komt erbij. Voor kritieke posities adviseren wij een periodieke hercontrole, met dezelfde transparantie en toestemming als bij de eerste screening. Dat is verantwoord werkgeverschap, en het is aanzienlijk goedkoper dan een fraudeonderzoek achteraf.
Een screening kost een fractie van een verkeerde aanstelling. En van het fraudeonderzoek dat er soms op volgt.