Beschuldigd worden van iets wat u niet heeft gedaan is een van de moeilijkste posities die er bestaat. U kunt het ontkennen, maar ontkennen is precies wat een schuldige ook doet. Plaats-delict-kennisonderzoek draait die vraag om: het onderzoekt of u kennis bezit die alleen iemand kan hebben die erbij was. De R.I.D. is een erkend recherchebureau (POB 1290) dat dit onderzoek uitvoert volgens een eigen, verzegeld protocol.
Wie ten onrechte wordt beschuldigd, heeft vrijwel altijd hetzelfde te bieden: zijn woord. En dat woord weegt licht, want een schuldige zegt precies hetzelfde. Hoe stelliger u ontkent, hoe meer het op de opstelling van een dader kan lijken. Dat is de wrange kern van een valse beschuldiging: uw verweer is niet te onderscheiden van dat van degene die het wel heeft gedaan.
Het gaat bovendien zelden alleen om woorden. Uw zenuwachtigheid wordt uitgelegd als schuldbewustzijn. Een aarzeling wordt een aanwijzing. Een detail dat u zich niet meer herinnert wordt een gat in uw verhaal. Wie eenmaal onder verdenking staat, ziet alles wat hij doet in dat licht geplaatst worden.
Dit onderzoek verlegt de vraag. Niet: klinkt deze persoon geloofwaardig. Maar: bezit deze persoon kennis die uitsluitend de dader kan hebben?
Het onderzoek meet herkenning. Wanneer iemand wordt geconfronteerd met een detail van het voorval dat alleen een betrokkene kan kennen, reageert het lichaam daarop. Die reactie is onwillekeurig: hij ontstaat in het autonome zenuwstelsel en wordt niet bewust aangestuurd. Iemand die dat detail niet kent, heeft niets om op te reageren.
Dat is iets wezenlijk anders dan een leugendetector. Er wordt niet gemeten of u de waarheid spreekt, en er wordt geen oordeel gegeven over uw geloofwaardigheid, uw houding of uw karakter. Er wordt uitsluitend gekeken of bepaalde informatie in uw geheugen aanwezig is.
Daarom is dit onderzoek zo geschikt om iemand uit te sluiten. U hoeft niet overtuigend te zijn. U hoeft niet rustig te blijven, niet gevat te antwoorden, niet sympathiek over te komen. U hoeft alleen niet te weten wat u niet kunt weten. Zenuwen helpen de schuldige niet en schaden de onschuldige niet, want het gaat om het verschil tussen wat u wel en niet herkent.
In de vakliteratuur heet dit onderzoek doorgaans de daderkennistest, en in oudere teksten zelfs de schuldige-kennis-test. Wij gebruiken die termen bewust niet, en dat is geen woordenspel.
Wie kennis draagt van een plaats delict is daarmee nog geen dader. Diezelfde kennis heeft de persoon die het slachtoffer vond, de buurvrouw die als eerste binnenliep, de hulpverlener die ter plaatse kwam, het familielid dat het van hem hoorde. Een term die het woord dader in zich draagt, veronderstelt de uitkomst nog voordat er iets is gemeten. Dat is precies de denkfout waar dit onderzoek tegen bedoeld is te beschermen.
Wij onderzoeken daarom of iemand kennis bezit van de plaats delict, en noemen het ook zo. Wat die kennis betekent, is een vraag die daarna komt en die niet door een meting wordt beantwoord.
De meeste partijen die met dit soort onderzoek werken, richten zich op het aantonen van betrokkenheid. Wij hebben bewust de omgekeerde weg gekozen, en daar is een inhoudelijke reden voor.
Wie herkenning aantoont, stuit altijd op tegenwerpingen die moeilijk te weerleggen zijn. Kennis van een detail kan uit de media komen, van horen zeggen, of uit rechtmatige aanwezigheid op de plaats. Herkenning bewijst dus niet dat iemand de dader is; het bewijst dat hij het weet.
Bij uitsluiting speelt dat niet. Wie een reeks niet-publieke kenmerken van het voorval stelselmatig niet herkent, heeft die kennis eenvoudigweg niet. Dat is een aanmerkelijk schoner gegeven, en het is precies waar de methode wetenschappelijk het sterkst staat: iemand zonder de kennis produceert het patroon van een betrokkene zelden of nooit.
Er is nog een reden. Iemand die vrijwillig komt om uitgesloten te worden, heeft geen enkel belang bij een vertekende meting. Dat maakt het onderzoek in deze toepassing zuiverder dan in de setting waarin iemand onder druk wordt getoetst.
U wordt in verband gebracht met een voorval waar u niets mee te maken heeft, en u heeft niets dan uw eigen woord om dat te weerleggen.
Er is iets gebeurd binnen een afgebakende groep medewerkers. In plaats van iedereen te blijven verdenken, kunt u mensen gericht uitsluiten.
U zoekt ontlastend materiaal voor een cliënt die volhoudt het niet te hebben gedaan, en het dossier bevat vooral aanwijzingen in de andere richting.
Binnen een familie, vereniging of samenwerkingsverband hangt een beschuldiging die nooit tot een procedure komt, maar wel een leven beïnvloedt.
Wij nemen dit onderzoek uitsluitend af met uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming van de betrokkene. Zonder vrijwillige deelname beginnen wij er niet aan. Dat is niet alleen een juridische eis, het is ook een voorwaarde voor een bruikbare uitkomst.
De toets zelf is niet het onderzoek. Een meting is alleen zo goed als de vragen die eraan ten grondslag liggen, en die vragen moeten aantoonbaar zijn opgesteld voordat iemand er invloed op kon uitoefenen. Daarvoor hebben wij een eigen werkwijze ontwikkeld: zes fasen die in vaste volgorde worden doorlopen en die stuk voor stuk worden afgesloten voordat de volgende begint.
Wij noemen die werkwijze het Crime Scene Knowledge Protocol, afgekort CSKP. De naam is Engels omdat het protocol ook buiten Nederland wordt gebruikt; in het Nederlands is het het protocol voor kennis van de plaats delict. Het CSKP is door ons ontwikkeld en wordt binnen ons eigen onderzoeksplatform onderhouden. Voor zover ons bekend werkt geen enkele andere partij in de Benelux met dit protocol.
De opbouw van de toetsvragen in fase vijf is het hart van de methode en maken wij niet openbaar. Wat wij wel toelichten: een kenmerk komt alleen in de toets als vaststaat dat het niet publiek bekend was. Kenmerken die in een eerdere fase al ter sprake zijn gekomen of die in de media hebben gestaan, vallen af. Anders zou u worden getoetst op iets wat u langs onschuldige weg kunt weten, en dat is geen toets maar een valkuil.
Bij dit type onderzoek is de meest voorspelbare tegenwerping dat de onderzoeker de vragen achteraf heeft aangepast aan de uitkomst. Wij hebben die tegenwerping onmogelijk gemaakt.
Elke fase wordt bij afsluiting verzegeld: van de vastgelegde inhoud wordt een digitale vingerafdruk berekend en met tijdstip opgeslagen. Wijzigt er daarna ook maar één teken, dan wijzigt die vingerafdruk mee en is dat zichtbaar. Ook de toetsvragen krijgen zo'n vingerafdruk op het moment dat zij naar de meetapparatuur gaan, dus vóórdat er is gemeten.
Daarmee staat achteraf vast dat de vragen zijn opgesteld voordat de uitkomst bekend was. Niet omdat wij dat zeggen, maar omdat het te controleren is. Alle handelingen worden bovendien vastgelegd in een audittrail.
Hier past eerlijkheid, want in dit vakgebied wordt veel beweerd. De onderliggende methode is geen uitvinding van ons: het is de kennistest die in de vakliteratuur bekendstaat als de Concealed Information Test en die sinds de jaren zestig uitgebreid is onderzocht. Wat wij hebben ontwikkeld is het protocol eromheen.
Wat daarover met recht gezegd kan worden:
En wat er eerlijkheidshalve bij hoort:
Wij zeggen u vooraf of uw zaak zich hiervoor leent. Is het antwoord nee, dan hoort u dat, en dan beginnen wij er niet aan.
U ontvangt een rapport dat een collega-onderzoeker moet kunnen navolgen en een advocaat moet kunnen gebruiken. Daarin staat:
Die laatste paragraaf staat er bewust in. Een rapport dat zijn eigen beperkingen benoemt is aanzienlijk moeilijker onderuit te halen dan een rapport dat stelliger is dan de methode toestaat. Wij drukken de uitkomst daarom ook niet uit als een oordeel over schuld of onschuld, maar als een bevinding over de aan- of afwezigheid van kennis.
Een punt dat wij liever vooraf duidelijk maken dan achteraf. De uitkomst van dit onderzoek is een onderzoeksbevinding en geen bewijsmiddel. In Nederlandse strafzaken wordt aan dit type onderzoek geen zelfstandige bewijskracht toegekend, en wie u iets anders belooft, misleidt u.
Waar het wél gewicht heeft: als ontlastend materiaal in het dossier van uw advocaat, als aanleiding voor de wederpartij om een verdenking te heroverwegen, in arbeidsrechtelijke en interne trajecten waar geen strafrechter aan te pas komt, en in situaties waarin een beschuldiging nooit tot een procedure leidt maar wel een leven beïnvloedt. In die laatste categorie is een navolgbaar rapport vaak het enige wat iemand in handen heeft.
Bel ons en leg uw situatie voor. Wij zeggen u eerlijk of dit onderzoek in uw zaak iets kan opleveren, en anders wat wel.